Zaterdag 21 maart 2009

Deze voormiddag nog een laatste oefengalop gehouden, nog wat huiselijke klusjes opgeknapt en na de middag beginnen pakken. We hebben er lang op gewacht, veel over gezeverd en gefantaseerd, vele kilometers getraind en liters zweet gelaten, elkaar geplaagd met mails in alle vormen en nu is het eindelijk zover. Morgen vertrekken we naar Islay voor een sportieve uitdaging die niet zo dadelijk past bij het beeld dat de modale burger heeft van een whiskyclub. We zijn dan ook niet voor niets de beste club van onze contreien!

Hopelijk zit het weer wat mee. Hier is het in elk geval mooi lenteweer. Eerst nog een toneelopvoering meepikken, mijn jongste broer speelt mee, vandaar.

 

Zondag 22 maart 2009

Il est six heures, Booischot s’eveille, il est six heures. Het wordt een klassieker, telkens ik klaar sta om naar Schot- of Ierland te vertrekken staat mijn lieftallige klaar om te gaan werken. Ik weet het, eerlijk is anders, maar voor haar is het ook een beetje vakantie wanneer ik een tijdje weg ben. Alles nog eens gecheckt en wachten op mijn favoriete woordvoerder die zo vriendelijk is om mij op te pikken. Aan de burcht van onze voorzitter is het nog even wachten op onze Kempische vrienden en dan gaat het onder een grijze lucht richting Charleroi. De leeuw van Waterloo wuift ons uit met zijn bronzen staart en het Zoniënwoud ligt er vredig bij op deze prille lentedag. Geen drukte en dus flink op tijd aan de luchthaven. Parkeren, inchecken, pascontrole, alles verloopt vlekkeloos en routineus. Alleen Dirk moet zich de diepgaande interesse voor zijn materialen door een gezette veiligheidsmens laten welgevallen. Ongeveer op tijd worden we aangemaand om in te stappen. Boven de vleugel zitten we gezellig bij elkaar en off we go! Veilig tussen ouderdomsdeken en woordvoerder gezeten zweven we even later al boven de wolken en in de zon. De beste club van België hangt al gauw boven het Britse vasteland. Toch een beetje jammer dat we het feestgedruis in Dublin ter gelegenheid van de 6 nations overwinning niet kunnen meemaken, dat zou wel de moeite geweest zijn. Tussen de schapenwolkjes door zien we Prestwick naderen en geheel volgens schema raken we Schotse bodem.

 

 

 

 

 

J'O

foto: Dirk

 

 

 

 

 

 

Het is niet lang wachten op onze bagage( met al zijn verborgen schatten). Werner en Marc verdwijnen op de inmiddels bekende wijze in het gezelschap van een vreemde man om een half uurtje later terug te keren met een zilveren VW busje. Een beetje puzzelen met de bagage en dan richting Glasgow. Niet verkeerd gereden deze keer en we ronden de stad met gemak. Erskine Bridge over en dan naar het echte Schotland. Onze eerste halte is Balloch voor een sanitaire en quick lunch stop. Dan naar Glengoyne waar we vorig jaar nog leerden blenden. Hier worden enkele kleinoden aangeschaft en dan langs Loch Lomond door buiig weer. “Rest and be thankfull” over en richting Tarbert onder dreigende luchten en prachtige regenbogen. Tussenstop in Inverary waar we even luisteren naar een pipe-band. Tarbert ligt er rustig bij. Het Anchor Hotel is ondertussen verlaten en we logeren deze keer dichter bij Kennacraig Ferry in het West Loch Hotel bij Anna en John. Mooi gelegen en very cosy, speciaal de lounge and bar! Jan en Peter hebben nog een training op het programma, de rest houdt het op een vitamine B-12 kuur. Het avondeten smaakt ons prima en aan de gezellige haard komen de tongen los en wordt er flink met varkensvlees geschoten. Vooral de Ierse ober bakt het bruin. Eerst vraagt hij of Jan wel over 18 is en dan prijst hij de kip aan als “terrible chicken”. Om een uur of tien zoeken we ons bed op en dromen van Islay en omliggende gebieden.

Maandag 23 maart 2009

Het heeft vannacht flink gewaaid en geregend. Gelukkig is het nu wat minder. Onder de grauwe ochtendschemering rijden we naar de ferry. “The Isle of Arran” en een flink ontbijt liggen daar op ons te wachten. Het ontbijt smaakt ons uitstekend en we filosoferen en struinen wat rond op de boot. Het wordt wat lichter en we besluiten naar buiten te gaan. De strakke wind dwingt ons al gauw naar het beschutte achterdek.

Aan de horizon duiken de bekende silhouetten van Islay en Jura op.

 

 

 

 

 

 

J'O

foto: Werner

 

 

 

 

 

 

Na wat gemanoeuvreer leggen we aan en rijden linea recta naar Laphroaig om onze huur te innen. Het visitors centre is helemaal heringericht en oogt fraai. We krijgen onze 5 cl flesjes (Quarter Cask) en ons getuigschrift. Ondertussen is Emma met de mooie ogen ons komen vervoegen. 
Zij ondergaat vriendelijk als altijd onze 12-vragenlijst en is wat blij met de pralines. Bij het buitengaan zien we de pagodes van de killns roken. 
Wij terug naar binnen om toch maar eens een kijkje te nemen. Zo vaak krijg je dat nu ook weer niet te zien. We genieten van de krinkelende heerlijke turfgeuren die hun smaak afgeven aan de gerst. Na dit onvoorziene intermezzo gaat het verder naar Ardbeg waar Jacky ons opwacht. 
Ze is weer helemaal zichzelf al weet ze niet van en afspraak met onze vriend Louis Mouton. Toch blijkt de tour én haar gedreven en interessante uitleg later geheel gratis te zijn. Je krijgt dan ook niet elke dag de beste whiskyclub van België over de vloer! In de shop schaffen we ons wat spullen aan. Eindelijk heb ik de begeerde koerstrui in de juiste maat(S) te pakken. Daar ga ik fier op mijn stalen ros Kempen en Hageland mee afdweilen. We nemen hier ook de lunch. Jammer genoeg is er niet genoeg kip omdat de plaatselijke otter die ook nogal graag lust. Ik bestel dan ook tot grote hilariteit van de groep de “Stuffed otter”

Nu volgt een belangrijk onderdeel van onze reis: Het afmeten van het loopparcours voor morgen. Tevens kunnen we zo het traject eens naderbij bekijken en de moeilijke stukken, die zijn er nogal wat, in het hoofd prenten. De door Jan ambachtelijk vervaardigde mal bewijst zijn dienst en al snel is het Islay wegdek getooid met ons clublogo. Dit ook om na ons komende clubs de juiste weg te tonen. Jammer genoeg begeeft de spuitbus van inferieure kwaliteit het al snel en zijn we verplicht twee vingers van de woordvoerder op te offeren voor het goede doel. Het blijkt zeer goede verf te zijn want zelfs een bezoek aan de plaatselijke drogist brengt geen soelaas bij het verwijderen. 

Om 16u bieden we ons aan bij Bowmore voor het inchecken in onze persoonlijke cottage. Het distillers house is prachtig ingericht en voorzien van alle modern comfort, geheel aangepast aan de hoge standaard die onze club sinds enkele tijd hanteert. De kamers worden verdeeld en natuurlijk krijgt onze voorzitter de presidentiele suite mét hemelbed. Zijn nederige broer, woordvoerder slaapt in het kleine bed ernaast klaar om de voorzitter ter wille te zijn . Om mogelijke overlast door snurkers te beperken wordt ik in een uithoek van het gebouw geïnstalleerd. Dit blijkt voor sommigen nog niet ver genoeg maar men past zich welwillend aan. Ook in het Visserskamp worden deze problemen diplomatisch opgelost. Dan is het tijd voor een welverdiende frisse pint bij Duffy’s onze plaatselijke stamkroeg en bekend whiskyhol. In de plaatselijke Coop doen we de noodzakelijke aankopen want we moeten voor onszelf zorgen. Leuk zicht, zeven venten en één winkelkarretje, gelukkig zijn onze vrouwen hier geen getuige van. De welkomstfles Bowmore 12y wordt getest en goed bevonden. Aan de grote tafel eten we samen en krijgen zowaar een familiegevoel. Jan introduceert ons in de Griekse taal en dat blijkt niet zo moeilijk want alras ontspint zich een hele conversatie in voor iedereen begrijpbaar Grieks. Astdamorris! Daarna volgt de briefing voor morgen. Om 10u zal de strijd, met vooral onszelf, losbarsten. Toch eens benieuwd of de Schotse vriend van Jan zal komen opdagen? Hier en daar merk ik toch al wat nervositeit. Peter en ik zijn daar gezien ons rijke sportieve verleden wat minder vatbaar voor. Kort na tienen trekt iedereen naar bed. Verstandig want we zullen onze krachten morgen meer dan nodig hebben.

 

Dinsdag 24 maart 2009

Vandaag is het D-Day. Gelukkig is de wind wat afgenomen al zevert het nog wat. Aan het ontbijt start de psychologische oorlogsvoering. Ik vind iets vreemds in mijn yoghurt, doch Peter verzekert me dat hij al de helft daarvan heeft genuttigd. Jan neemt één van zijn verdachte ampullen, voor de rest wordt er licht ontbeten. Dan gaat iedereen zich klaarmaken en worden de truitjes van sponsor Christophe bovengehaald, waarvoor dank. Het bijstandteam is ondertussen druk in de weer met het preparen van allerlei drankjes en het praktisch inrichten van de volgwagen. Eerst nog een fotosessie en dan al opwarmend naar The Round Church. Na even wachten komt Jim, de intieme Schotse vriend van Jan in vol ornaat uit de auto gestapt. Hij blijkt en sympathieke jongen die ons al dadelijk met zijn doel (1u30) om de oren slaat. Dat zal wat snel zijn voor ons vrees ik. 
In een vorig leven kon ik dat wel aan maar zeven jaar ouder en het zware parcours doen mij besluiten mijn eigen tempo te lopen. 

We warmen verder op tot aan het gisteren door ons op wetenschappelijke wijze vastgelegde startpunt. De overtollige kledij wordt aan verzorger Marc gegeven, fotograaf Dirk neemt nog een foto, 3,2,1, Go! Jim gaat er als een Schotse speer vandoor. Mijn hart zegt volgen maar mijn hoofd zegt gelukkig nee. Al snel ligt het beperkte deelnemersveld uit elkaar en na de eerste helling en enkele bochten heb ik alleen nog het gele mutsje van Jim voor mij uitlopen. Ik vrees dat ik mijn stoute uitspraken niet zal kunnen waarmaken. Toch voelen de beentjes onverhoopt goed aan. 

Ons verzorgingsteam doet ondertussen zijn uiterste best om iedereen te bevoorraden, foto’s te nemen en aan te moedigen. Als ze zo blijven weg en weer rennen dan hadden ze evengoed kunnen meelopen. Op het 2e bevoorradingspunt roept Marc me toe dat Jim zijn klop nog zal krijgen. Ik krijg in ieder geval de flauwe indruk dat hij niet verder uitloopt. Ik vraag hoe het met mijn makkers gaat en Marc stelt me gerust: Alles Ok, ze lijken zich te amuseren. Ik hou er goed het tempo in, hopelijk beklaag ik me dat straks niet. Terwijl ik geniet van het landschap en het alleen zijn merk ik dat ik op elke hellende strook inloop. Nu goed het kopje erbij houden en geen domme dingen doen. Iets over halfweg komt Port Ellen in zicht en ik dicht de laatste meters op Jim die onverstoorbaar doorgaat. Op de laatste helling voor de mouterij plaats ik een slepende demarrage a la Bugno. Jim klampt aan maar stilaan hoor ik zijn stappen achter mij uitsterven. Rond de haven steekt de wind plots weer op en is het even worstelen om in de goede tred te blijven. Dan komt het laatste verraderlijke stuk langs de distilleries. Marc en Dirk melden me dat mijn tegenstrever stilaan de rol moet lossen. Kat in het bakkie dus. Toch maar niet te vroeg victorie kraaien want ik weet niet waar de man met de hamer op mij staat te wachten. 

Met de makkers gaat het nog steeds prima zo te horen. Toch maak ik me wat zorgen om Gunter die in een andere gewichtsklasse zijn stinkende best aan het doen is. Hij zal meer dan waarschijnlijk meer en langer afzien dan mijn pluimgewicht. Na Lagavulin is er de laatste zware klim en dan bergaf naar Ardbeg. De pagodes komen achter de heuvelrand kijken en dan is het genietend uitlopen tot de meet waar de verzorgers/ supporters mij verwelkomen met een fles Champagne. Ik finish in 1u41’, dik binnen de 1u45’ die ik vooropgesteld had. Jim komt enkele minuten later en wenst me hartelijk proficiat. Snel wat droge en warme kleren aantrekken binnen de veilige muren van Ardbeg.  Jacky is opgetogen over mijn prestatie en ik over Jacky. De volgende die binnenkomt, is onze voorzitter. Met een raadselachtige glimlach om de lippen eindigt hij in 1u54’12”. Jan eindigt mits wat aanporren net binnen de 2u en maakt enkele vreugdesprongen. Dat mag ook na al zijn blessureleed. 

Dan komt ouderdomsdeken Peter die, ervaren als hij is, niets geforceerd heeft en is het wachten op Gunter. Met z’n allen lopen we hem tegemoet en loodsen hem veilig binnen. Respect voor zijn prestatie na zes maanden voorbereiding en afzien. Iedereen binnen, niemand gekwetst, hoewel Jan wat last krijgt in de knie. Jacky serveert ons een welverdiende dram en we schuiven aan voor het eten. We toasten met een stevige pint op de goede afloop, op onze verzorgers en op 100°proof. Werner laat onze diploma’s afstempelen en we rijden terug naar Bowmore en Kilchoman. 
Daar proeven we een dram maar er is geen tour en nog minder sfeer. Jammer. Ondertussen regent het flink en het water waait uit de plassen. 
In onze cottage duiken we onder een lekkere douche. Licht vermoeid maar mateloos tevreden zitten we even later te genieten. Koken of barfood? Barfood! Bij Lochside een traditionele “Fish and chips” gaan binnen werken. Pintje erbij en sfeer is goed. Dan gaan we nog even langs de winkel want morgen schijnen voorzitter en ik voor het ontbijt te gaan zorgen. Ik heb de jongens namelijk enkele “speciallekes” beloofd. Ondertussen geniet ik van de verwonderde blikken der inboorlingen op mijn in kilt gehulde zelf. Mijn reisgenoten lijken eerder beschaamd maar hebben het fatsoen mij in mijn waardigheid te laten. In onze woonstelle genieten we van een tasting uit onze meegesmokkelde voorraad. De tongen komen los, ondertussen spreken we allemaal vlot pseudo-Grieks wat de hilariteit ten top voert. Onze chairman geeft zoals zo vaak het goede voorbeeld en om een uur of elf wordt het rustig en stil in de keet.

 

 

 

 

 

J'O

foto: Dirk

 

 

 

 

 

 

Woensdag 25 maart 2009

Half-acht. Werner en ik staan in de keuken terwijl Marc een beetje opruimt. Druppelsgewijs komen onze medemensen de trap af en wachten ietwat ongeduldig op hun breakfast. Wij, keukenpieten, laten ons niet van de wijs brengen en serveren zoals het hoort het eten. Na een champagnetoast, aangeboden door de winnaar van de 1st Islay Alternative Half Marathon, gaat de rest er in als koek. Onze eerste afspraak van de dag is Bunnahabhain. De weg naar beneden roept allerlei beelden op. Ah the memories! Het weer is ons dan ook nog eens goedgezind . 
Jan heeft een tour met de manager kunnen fiksen dankzij één van zijn vele goede relaties in het whiskywereldje. We leren weer wat bij en filosoferen er dank zij de unieke ligging en het even unieke licht lustig op los. Hier worden weer onuitwisbare herinneringen op ons netvlies gebrand. De weg naar de Jura ferry is mooi en veelbelovend. Edoch, na een telefoontje blijken er geen tours te zijn bij Jura. Het heeft dan ook geen zin om over te steken. Toch wel een beetje jammer maar het is zoals het is. De plannen worden onmiddellijk aangepast. We rijden eerst naar Port Charlotte voor de lunch in de heerlijke kroeg van het plaatselijke hotel. Na een afzakkertje bezoeken we Bruichladdich. 
De onervaren gids is een te makkelijke prooi voor Gunter en we besluiten maar haar het leven niet al te zuur te maken . Na het aftappen van 4 flessen Valinch is ze dan ook zeer relieved om ons goodbye te zeggen. Ik heb toch weer enkele mooie mini’s voor mijn verzameling op de kop getikt. 

We rijden verder langs Loch Indaal en bereiken Portnahaven, voor mij en vele anderen het mooiste plaatsje op Islay en ver daarbuiten. 
We zoeken de enige, kleine kroeg van het dorp op en maken het ons gezellig. We hebben een meer dan goed gesprek met een local en nemen met spijt in het hart afscheid. Hier zou ik nog een tijdje kunnen blijven hangen maar onze beer grolt en we gaan verstandig als we zijn eerst een boke eten. 

We proeven één van de nieuwe aanwinsten en besluiten dan naar de pub te gaan waar deze avond zou gejamd worden. Geen muziek echter en de pub is van ons alleen tot Ewan, die we nog kennen van de festivals in Gent en Leuven binnenkomt met een stel vrienden en vriendinnen. We moeten er direct ene drinken en worden letterlijk overvallen door Heather die bij Bowmore werkt. Ze is van het energieke en enigszins balsturige Keltische soort en laat haar aanstekelijke lach schallen door de zaak. Krijgt zo maar iets in huis. We zijn weer goed gelanceerd en wanneer Ewan voorstelt om bij hem iets heel speciaal te komen proeven gaan we graag op zijn uitnodiging in. Wat volgt is en stevige Schots-Vlaamse verbroedering. Wanneer Peter zijn eigen Flierefluiterbrouwsel promoot zijn we al snel op weg om de Schotse markt te veroveren. Terug in ons eigen hol gaat de pret verder tot alleen Dirk, Marc en ikzelf over zijn. Marc vindt dit het geschikte moment om zijn eigen schat, een Kildalton, te openen. Als nightcap kan dat tellen. Als bij toverslag verschijnt Jan in zijn mooie pyjama en proeft mee van al dat heerlijks. Het is dik twee uur en ik probeer nog wat te schrijven maar al snel zie ik alleen nog de binnenkant van mijn ogen. What a glorious day it was!

 

Donderdag 26 maart 2009

Om half-acht schiet ik dwaas wakker, Snel de slaap uit mijn gezicht wrijven en naar beneden waar de worstjes al op mij liggen te wachten om in de pan te gaan. Eén voor één komen de vrienden naar beneden, gelokt door de heerlijke ontbijtgeuren. Vandaag staat de VIP tour bij Bowmore op het programma, lekker makkelijk zo naast de deur. We worden vriendelijk als altijd ontvangen en Iseabail leid ons rond bijgestaan door één van de oldtimers die ruim de tijd neemt om ons enkele bijzonderheden over de stiel uit de doeken te doen. Daarna volgt een uitgebreide tasting met heerlijk uitzicht over Loch Indaal. Het nieuwe visitor centre mag er zijn al is het wel jammer dat onze vriend Percy hier niet langer rondloopt. We plunderen in min of meerdere mate de giftshop en gaan dan eten. 

Na de afwas komt Jan beneden en de voorzitter oppert het idee om enkele uitgelezen dingen te gaan proeven op de historische plaats Finlaggan. Dit is een eilandje in een in de bergen verscholen meertje op de noordzijde van het eiland. Hier hadden the Lords of the Isles hun hoofdzetel en spraken zij recht. We hebben geluk, we zijn hier helemaal alleen met de wind, het water, de ruines, onze vrienden en enkele bijzondere flessen. De wind raast door het afgelegen dal en gelukkig kunnen we ons verschuilen achter de muren van de oude kapel. We genieten ten volle van dit unieke moment en ik spreek de hoop uit dat onze naasten ooit dit geluk mogen ervaren.
Overweldigd door al dit fraais rijden we stil genietend terug de lange weg naar Bowmore. Loch Indaal schittert ons onder de late lage zon verblindend toe. Om half zeven worden we verwacht in The Harbour Inn, met voorsprong het beste restaurant op Islay en misschien wel de eilanden . Het gezellige interieur en het mooie uitzicht komen de stemming ten goede. De hoge culinaire verwachtingen worden geheel ingevuld. Gelukkig staat het pond nu laag, budgettair zouden we ons dit anders niet elke dag kunnen veroorloven. Dan zakken we af naar Duffy’s waar we onze laatste Islay-pints nuttigen. Na de last orders call vinden wij het ook welletjes en zoeken onze kamers op. Morgen wordt weer een reisdag, dus vermoeiend.

 

 

 

 

 

J'O

foto: Dirk

 

 

 

 

 

 

J'O

foto: Werner

 

 

 

 

 

 

Vrijdag 27 maart 2009

Het heeft vannacht weer flink gebulderd. De 7u ferry is cancelled, dat geeft ons de gelegenheid om nog snel een andere uithoek van het eiland te verkennen: Kildalton Cross. Het uit de 8e eeuw daterende Keltisch kruis is prachtig gelegen. De zon en de wind zorgen voor de juiste sfeer en we genieten volop van onze laatste momenten op Islay. Op de terugweg poseren de Edelherten onbevangen voor ons. Een laatste blik op Ardbeg vanaf de oude school, waar ik zowaar al kleine exemplaren van de Pinksterbloem ontdek, wel erg vroeg in dit ruwe klimaat, dan naar Port Ellen waar de ferry niet op ons ligt te wachten. Wegens de ruwe zee en de onberekenbare zeestromen is het veiliger te vertrekken vanuit Port Askaig in de beschutte Islay Sound. Even nog langs Bowmore om wat financiële beslommeringen uit de wereld te helpen en dan wacht ons de ferry. 

Het is hier nu wat drukker dan normaal maar toch wordt alles vlot afgehandeld en we begeven ons naar het buffet waar de worstjes en het spek ons al vrolijk liggen toe te kissen. Met het ene oog op mijn blackpudding en het andere op The Paps of Jura varen we de sound uit. In de bar wordt het genot van een Guinness even verstoord door een uit de hand lopende henparty maar Gunter offert zich moedig op om zo de vrede te herstellen. Terwijl de eilanden aan ons voorbijschuiven mijmeren we nog wat na over onze avonturen en zo krijg ik de gelegenheid mijn dagboek wat bij te spijkeren. De zee is lang niet zo ruw als verwacht, we krijgen al echte zeebenen, vandaar misschien? Met de wind van achteren zijn we sneller dan voorzien in Kennacraig . 

Dan snel dwars over Kintyre langs een prachtig toboganbaantje naar de Arran ferry in Clonaigh. Van ver zien we de, kleine, ferry door het opspattende schuim aankomen. Naast een voetganger, hij blijkt een echte avonturier, zijn wij de enige passagiers. Het kleinere vaartuig schommelt toch wat meer, het laatste stukje is zelfs ruw te noemen en het begint bovendien nog stevig te regenen. Arran ligt met zijn toppen verscholen in de mist. Van de Goatfell, de hoogste top(874m) is zelfs helemaal niets te bespeuren. De witte huisjes van Lochranza komen dichterbij en met onze neus in de stevige bries kijken we reikhalzend uit naar mini-Schotland. Het kasteel, bekend van Kuifje en de zwarte rotsen, doemt uit de regenwolken op. De bende van Wim heeft hier wel wat in scène gezette toneeltjes gespeeld zo blijkt wanneer je ter plaatse bent. Een eindje aan land zien we de killns van de distilleerderij al aan het eind van de vallei boven de huizen uitpriemen. 

We worden vriendelijk ontvangen en eten eerst een stukje om dan de rondleiding te beginnen. Alles is hier nieuw en behoorlijk compact. De warehouses hebben een modern stapelsysteem en zijn zo nieuw dat de bacteriën hun werk nog niet konden doen. We hebben geluk er wordt net een vrachtwagen gerst gelost en dan bekijken we de maalinstallatie die zeer modern oogt. Het volledige proces speelt zich af in één ruimte en kan door slechts één man bewaakt worden. Volgende week gaan ze pas terug in productie en zo kunnen we alles rustig bekijken. Dan volgt het proeven en we vullen onze verzamelingen aan. Buiten kijken we vergeefs uit naar de Golden Eagles(Steenarenden) die het symbool zijn van de Arran Whisky en hier in de buurt hoog op de rotsen broeden. Net wanneer we op het punt staan te vertrekken ga ik nog éénmaal de flanken van de berg af met mijn verrekijker en ontdek tot mijn vreugde hoog boven de top het silhouet van een koppel van deze prachtige vogels. Een aha! moment voor de vogelaars onder ons! Na dit natuurspektakel rijden we door de bergen naar de andere kant en Brodick. Onderweg zien we talrijke edelherten en het is inmiddels opgeklaard zodat we het eiland in al zijn pracht kunnen bewonderen. De noordkant van de Goatfell is bepaald indrukwekkend en is meer voer voor de ervaren bergbeklimmer. De kruin is onder sneeuw verstopt, ik zou op dit moment niet graag op de top staan in de strakke wind. Aan de kust liggen de zeehonden lui te genieten van het zonnetje in de beschutte baaien van Sannox. In Lamlash, even buiten Brodick vinden we na enig zoekwerk het Glenisle hotel. Het ruikt nog naar nieuw en is vlak bij het strand gelegen met zicht op het Holy Island dat in het bezit is van één of andere geloofsgemeenschap(lees: Sekte). De kamers zijn klein maar mooi en kraaknet. We hebben nog even tijd voor dinner en rijden naar Kildonan voor de zonsondergang. De vuurtoren van Pladda tekent zich mooi af tegen de einder. In de bar drinken we aperitiefgewijs een pint en raken aan de praat met een verloren gelopen Eindhovenaar die al redelijk verschotst is en er ook zo uit ziet. Dan weer naar ons hotel langs het donkere en gevaarlijke kronkelpad. Het maal smaakt ons weer uitstekend en na een afzakkertje zoeken we één voor één onze slaapstee op. De vermoeidheid begint zo te zien stilaan zijn tol te eisen.

 

Zaterdag 28 maart 200 9

Schitterend weer en rustig buiten, ideaal voor de lopers onder ons die nog iets over hebben in de benen. Langs de kust joggen we door het ontwakende Lamlash. Hier is zondag nog een rustdag en kan je genieten van de zee die uitsterft op het strand. Na een dik half uur vinden we het welletjes en ik ga eerst trachten op mijn kamer te geraken wegens mezelf buiten gesloten. “Houston we’ve got a problem” is mijn openingszin en wanneer de landlady enigszins bekomen is krijg ik van haar de spare key. Na douche en lekker ontbijt met zicht op zee pakken we in en gaan de rest van het eiland bekijken. Langs een enig mooi binnen baantje komen we aan de westkust. Hier gaan we op zoek naar sporen uit het, verre, verleden. In Machrie Moor vinden we na een tocht door de schapenweiden met heerlijk verse lammetjes de standing stones. 
Niet zo overweldigend als op Orkney maar het simpele feit dat we hier met ons select gezelschap de boel voor ons alleen hebben maakt het toch weer iets bijzonders. Op inspiratie hoef je hier niet te wachten, die komt vanzelf in dit landschap en omringd door gelijkgestemden.

 

 

 

 

 

J'O

foto: Werner

 

 

 

 

 

Na de wandeling rijden we verder naar Lochranza waar we nog een presentje moeten afgeven voor James. We nemen de gelegenheid te baat voor een snelle hap. Tijdens het wachten zien we door het raam een arend die zijn baltsvlucht ten toon spreidt, veel korter bij dan gisteren en ook met het blote oog te volgen. De Steenarend zweeft langzaam hoogte winnend om dan plots de vleugels samen te vouwen en als een “steen” 50à 60 meter omlaag te duiken, dan slaat hij zijn vleugels weer open en hervat zijn luchtspel. Daar kan ik mee uitpakken bij mijn groene vrienden. 
Het plaatselijke, op whiskyvaten gerijpte, biertje is een delicatesse. Onze brouwende vrienden keuren dit initiatief meteen goed en slaan al aan het fantaseren over de mogelijkheden van hunne Flierefloiter. We houden ons tijdschema in de gaten en zijn op tijd in Brodick waar we nog wat wachten op de ferry. Wanneer we de haven uitvaren, genieten we op het upperdeck nog even van het indrukwekkende landschap. Stilaan wordt de Goatfell kleiner en we besluiten dit beeld te fixeren met een stevige pint. Onze geoefende neus vindt feilloos de weg naar de bar. Dirk geeft ons al een sneak preview van zijn reportage terwijl ik dit allemaal neerpen, anders ben ik het straks vergeten en dan wordt dit verhaal fiction en daar hou ik niet zo van. Na een uurtje zijn we in Ardrossan en schrikken van de drukte op de weg naar Ayr onze laatste rustplaats. 

Ayr blijkt een flink uit de kluiten gewassen stad. Werner loodst ons recht naar het Horizon hotel waar we inderdaad een horizon zien om in te lijsten. Voor het eerst deze reis krijg ik een kamergenoot want Jan wil zijn dierbare vader niet onnodig storen wanneer hij om 5 uur de Formule I wedstrijd gaat bekijken. Toch attent van Jan! Na het uitstekend maal, al begrijp ik nog steeds de bedoeling van die twee enorme hopen chips niet, besluiten we de interland Nederland-Schotland in een plaatselijke pub te gaan bekijken. De wedstrijd is niet om aan te zien en na de 2-0 zakt de sfeer onder het vriespunt en trappen we het af. Het is behoorlijk fris en helder. Aan de hotelbar trachten we nog vruchteloos de reis te rekken. 
We gaan toch maar op tijd naar bed want morgen zomeruur en op de thuisreis nog een uurtje minder. Hopelijk houden de, volgens kwaadwillige zielen, grootste snurkers elkaar niet te lang wakker.

Zondag 29 maart 2009

Zonder wekdienst opgestaan en na een snelle douche de valiezen inpakken. Het heeft ons heel wat hoofdbrekens gekost om de kostbare schatten die we verzameld hebben gelijkmatig over alle valiezen te verdelen. Op het gevoel wordt alles gewikt en gewogen en we hopen zonder meerkost aan boord te geraken. Voor mijn laatste ontbijt kies ik voor kippers. Daar kom je een eind mee op zo’n reisdag. In de verte ligt Arran vruchteloos naar ons te lonken. Het busje brengt ons voor een laatste rit naar Prestwick Airport. Voor alle zekerheid worden de valiezen nog eens nagewogen en desnoods aangepast terwijl Marc en Werner het busje wegbrengen. Zonder moeilijkheden gaat de bagage door de controle en dan is het aanschuiven voor de grenscontrole. Alles wordt streng nagekeken( schoenen uit) Met een beetje vertraging mogen we aan boord na een farewell pint aan de bar. Onder een stralende zon stappen we naar onze Boeiing dan gaat het snel. Na een grote bocht zien we in de verte de eilanden liggen en even later zweven we al over de Munro’s van het Lake Disctrict. Nog een uurtje en we zijn thuis. Bijna toch! Het was weer een verrijkende trip, overdenk ik op mijn plaatsje aan het raam. Whisky, sport, natuur, eten, cultuur, gezelligheid en vriendschap. Het was allemaal in voldoende mate aanwezig. Een dikke pluim aan onze voorzitterreisleider die dit alles naar gewoonte vlekkeloos wist te organiseren. Ook de woordvoerder deed meer dan zijn duit in het spreekwoordelijke zakje en verbaasde ons én menig whiskyspecialist met zijn grondige kennis van het whiskygebeuren. Mijn reisgenoten dank ik voor hun aangename en ongedwongen vriendelijke aanwezigheid. Ook de technische bijstand van verzorger Marc en fotograaf Dirk oversteeg het gewone, maar dat mag bij 100° proof geen verbazing wekken. Ondertussen passeren we het eiland Man en zie ik, ver weg, Ierlands kusten die op mij liggen te wachten. Dat wordt weer een heel ander avontuur!

 

 

 

 

Slainthe!

J'O